Een blik achter de schermen van de jury

– Lara Molino

Voor deze eerste editie van de Brussels Architecture Prize heeft het wetenschappelijk comité – bestaande uit culturele, educatieve en regionale spelers uit Brussel – een internationale jury samengesteld. Zo konden specialisten van buitenaf een frisse blik werpen op de Brusselse architectuurproductie van de afgelopen twee jaar. Sofía von Ellrichshausen, Konstantinos Pantazis, Samia Henni, Deyan Sudjic, Anna Puigjaner en Louis Léger kwamen in juni bijeen om de 175 kandidaturen te bespreken. Ze selecteerden met veel enthousiasme 31 genomineerde projecten, verdeeld over vier categorieën, die we voorstellen in deze A+ 293, een speciale uitgave volledig gewijd aan de Brussels Architecture Prize.

De jury benadrukte de kwaliteit en grote diversiteit van de kandidaturen. De juryleden gaan ervan uit dat deze rijke oogst het resultaat is van het gevoerde architectuurbeleid, meteen ook het onderwerp van het eerste rondetafelgesprek dat op 26 oktober bij CIVA werd georganiseerd. Tijdens de beraadslaging werden specifiek voor elke categorie verschillende thema’s besproken. Enkele daarvan komen hier aan bod, om een idee te geven van het belang dat de jury aan haar selectie hecht.

“We hebben voor activering boven verfraaiing van de publieke ruimte gekozen”, concludeert Deyan Sudjic over de geselecteerde projecten in de categorie ‘Publieke ruimte’. Zij zorgen immers voor een toegevoegde waarde voor bewoners en gebruikers, door bijvoorbeeld meer activiteiten op hun site aan te bieden. Sofía von Ellrichshausen beschrijft de meeste projecten als rustig, neutraal en volwassen: “Ze laten de gebruikers toe zich de ruimte toe te eigenen, er hun ding te doen en ze op verschillende manieren te gebruiken”. Het zijn toegankelijke publieke ruimten die uitnodigend zijn om te betreden en zich toe te eigenen, voegt Anna Puigjaner eraan toe. En dit geldt zelfs voor de kleinschalige interventies. 

Bovendien werd er aandacht besteed aan de gebruikte materialen en middelen. Deze projecten zijn dan ook niet buitensporig, overdreven of hoogdravend. Ze zijn kundig en zuinig uitgevoerd, volgens Konstantinos Pantazis. Samia Henni stelt dat de tijdelijke speelplaats MolenWest, ontworpen door 1010 architecture urbanism in Sint-Jans-Molenbeek, tot laureaat werd gekozen omdat het project “de site activeert en op een heerlijke manier verschillende activiteiten combineert. Het hergebruik van elementen van verschillende schaal en materialen heeft bijgedragen tot dit succes.” 

De categorie ‘Extra muros’ omvat een brede waaier van gebouwen die buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn opgetrokken door in Brussel gevestigde bureaus. De jury benadrukte de grote architecturale waarde en diversiteit van deze gebouwen, zowel geografisch als programmatisch. De beeldtaal van de projecten is uiteenlopend en het uitvoeringsniveau ligt hoog. De projecten zijn een groot succes en vertonen volgens de juryleden een intrinsieke samenhang. Louis Léger omschrijft de winnaar van deze categorie, het multifunctioneel schoolgebouw Melopee in Gent van XDGA – Xaveer De Geyter architecten, als “een verticaal schoolplein dat het leven tot boven in de lucht brengt. Een eenvoudige en rationele constructie ten dienste van kinderen”. Deze school staat inderdaad voor een radicale wijziging in de typologie van het schoolgebouw.

Samia Henni omschrijft de categorie ‘Grote ingreep’ als volgt: “Groot slaat niet zozeer op de schaal, maar op de impact, op de circulaire economie, op alle invloeden die deze interventies teweegbrengen!” Deyan Sudjic benadrukt dat “[de] architecturale kwaliteit en aanwezigheid [van deze projecten] doelbewust werden benut”. Hij illustreert zijn punt door naar het winnende project te verwijzen, het Bouwmaterialendorp van Tetra architecten, dat volgens hem “een viering is van de mogelijkheden die handenarbeid biedt op de bouwplaats. Het gaat om het beschermen van tewerkstelling.” Het zijn bescheiden projecten die in het stedelijk weefsel zijn geïntegreerd. Anna Puigjaner voegt eraan toe dat hun impact veel verder reikt dan de eigenlijke ingrepen op de site zelf. Het gaat om territoriale kwesties: “Ze houden zich niet alleen bezig met de eigendomsgrond, maar ook met niet-fysieke zaken, zoals de economische gevolgen [of] de milieu-impact. Daarom reiken ze allemaal voorbij hun eigen perceel”. De in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gebouwde constructies uit deze categorie dragen bij tot de vormgeving van de stad door hun volume, programma en ambities, en hebben een duurzame impact op de kwaliteit en de beleving van hun omgeving.

De projecten van minder dan 1000 m2 die in de categorie ‘Kleine interventie’ werden geselecteerd, spelen duidelijk in op een bestaande toestand.

Volgens Konstantinos Pantazis is het fascinerend om vast te stellen hoe deze architectuur, hoewel het om kleine ingrepen gaat, een ongelooflijk transformerend potentieel en vermogen heeft. Hij illustreert zijn punt met het project Stam Europa van Acte en 51N4E, dat “een afstandelijke straat met kantoren transformeert tot iets dat zoveel vriendelijker en socialer is”. Anna Puigjaner wijst erop dat je je in dit soort situaties “geen foute stap kunt permitteren, omdat het de enige stap is die je zet. Daarom zijn kleine ingrepen een beproeving en waarschijnlijk de beste definitie van wat architectuur [echt] betekent”. Het is een soort onderhandeling tussen wat reeds bestaat en wat als het meest efficiënte antwoord op de context kan worden toegevoegd. Kortom, de geselecteerde kleine interventies “gaan om met de schaarste van de ruimte”.

Naast de vier verschillende categorieën worden dit jaar ook twee ereprijzen uitgedeeld. De Lifetime Achievement Award gaat naar het Atelier d’Architecture Simone et Lucien Kroll, door de jury gekozen omwille van de internationale uitstraling van zijn werk en de vele positieve veranderingen die het in Brussel heeft teweeggebracht. De prijs Promising Architect gaat naar BC architects and studies, een veelbelovend jong bureau gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ook zij zien hun veelzijdige en vernieuwende aanpak van de bouwsector en hun kwalitatieve architectuur bekroond.

Een cyclus van vijf debatten, die dit najaar plaatsvond, bracht de auteurs van de genomineerde projecten samen om zich op basis van hun architectuurpraktijk uit te spreken over een specifiek thema, steunend op de projecten waarmee ze zich hadden ingeschreven. De gekozen thema’s komen voort uit de gesprekken die de juryleden tijdens hun vergaderingen voerden en die ook de invloed aan het licht brachten die het bestaande architectuurbeleid op de kwaliteit van de architectuur in Brussel kan hebben. Ze waren een gelegenheid om te definiëren wat een publieke ruimte toegankelijk maakt, in de ruime zin van het woord. Maar ook om het te hebben over hergebruik aangepast aan de projectcontext en om enerzijds structuur en anderzijds vakmanschap te integreren als integraal deel van de architecturale kwaliteit van bepaalde Brusselse projecten.

Tegelijkertijd werden de 31 projecten, aan de hand van maquettes en video’s, samengebracht in de tentoonstelling A Capital Makeover. Via deze expo kon een breder publiek bij de denkoefening worden betrokken en worden aangezet om op hun favoriete interventie te stemmen. Op 13 december zal op de prijsuitreiking dus ook een Public Award worden toegekend aan het project met de meeste publieksstemmen. Het was noodzakelijk om de hele gemeenschap te mobiliseren rond het omvangrijke project van de Brussels Architecture Prize. Het programma dat in het kader van de prijsuitreiking werd uitgewerkt, bewijst haar ambitieuze reikwijdte.

SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF VAN DE BAP